Telefoon
0529-456000
Hoe word ik dierenarts
Studie
Voor het beroep van dierenarts kun je in Nederland studeren aan de Faculteit voor Diergeneeskunde van de RijksUniversiteit in Utrecht. Deze studie duurt 6-7 jaar.
 
Na het behalen van je 4e studiejaar wordt je doctorandus (tegenwoordig Master) in de Diergeneeskunde en pas geheel na afloop van de zesjarige studie ontvang je je dierenartsdiploma. Daarna moet er vaak eerst nog praktische ervaring opgedaan worden onder begeleiding van een goede dierenarts in een goede kliniek. Een klein deel van de dierenartsen studeert daarna in een bepaald vakgebied nog enkele jaren door voor de titel Veterinair Specialist. Als vooropleiding is een VWO opleiding nodig met het profiel Natuur en Gezondheid. Soms is het mogelijk om toegelaten te worden zonder VWO diploma als er een HBO opleiding is gevolgd.
 
Inloten
Voor een studieplaats moet er geloot worden omdat de studierichting een numerus fixus kent. Er zijn namelijk jaarlijks meer dan 1000 liefhebbers voor de studie terwijl er maar 225 plaatsen zijn. Een aantal Nederlandse dierenartsen hebben in België aan de Universiteit van Gent gestudeerd. Bij aanvang van de dierenartsstudie in Utrecht moet je direct een studierichting kiezen: landbouwhuisdieren (75 plaatsen), individuele dieren (10 studieplaatsen paard en 65 plaatsen kleine huisdieren) of "beleid en volksgezondheid" (75 plaatsen). Op dit moment is 95% van de aankomende dierenartsen vrouw.
 
Inkomen
Het inkomen van een dierenarts ligt lager dan banen met een vergelijkbaar opleidingsniveau, welke dus ook zo'n lange academische opleiding vereisen. De meeste dierenartsen hebben na het volgen van deze opleiding een behoorlijke studieschuld, die ook afgelost moet worden.
 
Voor dat salaris moet ook 's avonds, in de weekenden en op feestdagen gewerkt worden zonder dat dit nog eens extra betaald wordt. Deze extra werkdagen worden meestal ook niet in extra vrije tijd gecompenseerd. Dat betekent dus in een werkweek met aansluitend een dienstweekend een werkweek van 12 dagen (5+2+5). Het inkomen van 1.5-2x modaal is ongeveer de helft tot eenderde van wat een apotheker, tandarts of huisarts verdient. Desondanks vinden sommige mensen de dierenarts relatief duur. Dit komt echter veelal uit onwetendheid.
 
Loopbaan
Het voeren van een eigen praktijk brengt meestal grote kosten met zich mee. Door de complexiteit van het managen van een praktijk en mede ook door de relatief lage beloning die de praktijkeigenaar daarvoor krijgt, kopen of beginnen steeds minder dierenartsen zelf een praktijk. Ook de zgn. goodwill, het bedrag dat een jonge dierenarts bereid is om te betalen, daalt de afgelopen jaren hard. De reden hiervoor is deels omdat er minder vraag is naar praktijken, deels omdat nogal wat dierenartsen burn-out de praktijk verlaten en het aanbod groter is en vooral omdat met de steeds verder dalende inkomens de bank nauwelijks meer bereid is om praktijken te financieren. Jonge dierenartsen blijven daarom vaak liever in loondienst omdat de kleine extra beloning voor het ondernemersrisico van een eigen praktijk voor hen niet opweegt tegen de veel grotere verantwoordelijkheden, de langere werktijden en het "vast" gebonden zitten aan één werkplek. Doordat het merendeel van de jonge dierenartsen niet meer van die "stoere" werkweken van 60 uur of meer willen maken, ontstaan er steeds meer groepspraktijken met meerdere dierenartsen in loondienst die daar slechts op bepaalde dagen werken. Dat is niet altijd even leuk voor de client omdat deze graag een vast gezicht wil, maar de tijdsgeest zorgt ervoor dat dit nu eenmaal de realiteit is.
 
Andere dierenartsen kiezen er voor om bij de overheid te gaan werken zoals bijv. bij de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. (RVV). Deze instantie is een onderdeel van de voedselwarenauthoriteit van het ministerie van Landbouw en het ministerie van Volksgezondheid. Het salaris en de secundaire arbeidsvoorzieningen zijn goed. Bovendien behoeven meestal geen avond- of nacht diensten gedraaid te worden. Wel vinden veel dierenartsen dit werk minder leuk.
 
Sociale aspecten
De mogelijkheden om te veranderen van werkterrein is vaak door de grote mate van specialisatie gering. Ook binnen een bepaalde specialisatie zijn de doorstroommogelijkheden klein omdat er slechts een beperkt aantal werkgevers en functies zijn per specialisatie. Dierenartsen in de zelfstandige praktijk kunnen op een leeftijd van 65 jaar met pensioen. Omdat het beroepspensioen niet erg hoog is, kiezen een aantal dierenartsen ervoor om dan nog een paar jaar door te werken in de praktijk. Het is een zwaar beroep welk op dit moment geestelijk en lichamelijk nogal wat vergt van de dierenarts: op dit moment zit ca. 1/6 van de dierenartsen in de "Ziektewet", veelal wegens burnout klachten. De oorzaak hiervan is een mix van hoge werkdruk door onregelmatige uren, veeleisende consumenten, veel (personeels)managementwerk waar de dierenarts niet voor is opgeleid en de veelal dalende inkomens en de soms felle onderlinge concurrentie tussen dierenartsen, waardoor veel dierenartsen geestelijk en financieel knel komen te zitten.
 
Beroepsorganisatie
De beroepsorganisatie van de dierenartsen wordt gevormd door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) te Utrecht. Deze vereniging coördineert o.a. het overleg met de overheid, organiseert de nascholingen van de dierenartsen (PAO-D), geeft het 14 daagse Tijdschrift voor Diergeneeskunde uit. De KNMvD is ook behulpzaam met het regelen van allerlei zaken die met het uitoefenen van de Diergeneeskunde te maken heeft.