Telefoon
0529-456000
Januari 2018
Beste schapen-/geitenhouder,
 
Allereerst wensen wij u het allerbeste voor het jaar 2018!
 
Het lammerseizoen zit er weer aan te komen en daarom besteden wij in deze nieuwsbrief aandacht aan 2 aandoeningen bij schapen die aan het eind van de dracht en rond lammeren kunnen optreden, namelijk melkziekte en slepende melkziekte. Verder bespreken wij de aandoening ‘het bloed’ bij lammeren, omdat het enten van hoog-drachtige dieren het beste moment is om de lammeren te beschermen.
Aansluitend hebben wij ook een interessante actie.
 
Wij wensen iedereen een voorspoedig lammerseizoen met veel gezonde lammeren!
 
Melkziekte

Melkziekte wordt veroorzaakt door een laag calciumgehalte in het bloed. Dit kan optreden aan het einde van de dracht of na het lammeren. De calciumbehoefte is hoger door de laatste groei van de lammeren in de baarmoeder en de melkgift die steeds meer op gang komt.
 
Een laag calcium in het bloed veroorzaakt spierzwakte. Symptomen van een calciumtekort zijn trage dieren die achterblijven, vaak slingerende of stijve gang en soms willen ze helemaal niet meer lopen. De dieren zijn vaak schrikkerig en hebben spiertrillingen. Bij niet tijdig ingrijpen kunnen de dieren in coma raken en sterven.
 
Behandeling bestaat uit het langzaam toedienen van een calciuminfuus om het calciumgehalte in het bloed weer op peil te brengen. Verder zijn soms nog ondersteunende therapieën nodig.
 
Voor het voorkomen van een calciumtekort dient er goed naar behoefte gevoerd te worden en stressmomenten worden voorkomen. De dieren moeten alle tijden beschikken over goed ruwvoer (hooi/kuil) . De dagelijkse behoefte van een drachtig schaap is 6 gram en van een melkgevend schaap zelfs 11 gram calcium. Door aan het einde van de dracht brok bij te voeren, wordt aan de verhoogde calciumbehoefte voldaan. Geef 4 weken voor lammeren elke dag 100 gram brok bij en verhoog dat elke week met 100 gram per dag. Aan het eind krijgt de ooi dus 400 gram brok per dag.
 
Slepende melkziekte
 
Slepende melkziekte wordt veroorzaakt door een energietekort en treedt vaak op in de laatste weken van de dracht en voornamelijk bij meerlingendracht. De energiebehoefte van de ooi neemt toe door de groei van de lammeren in de baarmoeder. Tegelijkertijd wordt de voeropname beperkt door het verminderde buikvolume door de groeiende baarmoeder.  Bij een energietekort worden vetten afgebroken. Als die vetafbraak te groot wordt dat de lever het niet aankan om deze vetten te verwerken, worden er ketonlichamen gevormd.  Deze ketonlichamen zijn giftig voor het dier.
 
Verschijnselen kunnen heel acuut zijn of geleidelijk ontstaan. De dieren zonderen zich af, nemen minder voedsel op en herkauwen minder, ze zijn traag en slap en lopen wankel. Uiteindelijk blijven ze liggen en kunnen hersenverschijnselen vertonen; blindheid, spierrillingen, stuiptrekkingen.
Behandeling is alleen in het beginstadium succesvol en bestaat uit een glucose-infuus, propyleenglycol ingeven in de bek en ondersteunende therapie om het dier weer te laten vreten. Soms wordt ervoor gekozen om het moederdier te redden door dracht te beëindigen, vaak door een keizersnede.
 
 
 
Preventie is belangrijk, omdat behandeling moeilijk is. Preventie bestaat uit het goed voeren van de dieren zodat ze in het begin niet te vet worden en de laatste 2 maanden van de dracht bijvoeren om de verhoogde behoefte te dekken. Dat houdt zo’n beetje in dat 4 weken voor lammeren 100 gram/dag  krachtvoer wordt gegeven en elke week komt daar 100 gram krachtvoer bij, zodat ze rond lammeren op 400 gram/dag krijgen. Worden er meer lammeren verwacht dan moet de ooi meer bijgevoerd worden.
 
 
Het bloed
 
Enterotoxaemie, in de volksmond vaak ‘het bloed’ of ‘bloederziekte’ genoemd, is een ziekte die bij de lammeren voorkomt. Het wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens. Deze bacterie zit in het maagdarmkanaal en produceert toxinen (gifstoffen). Deze toxinen beïnvloeden de doorlaatbaarheid van de darmen en bloedvaten. Hierdoor treden kleine bloedinkjes op, daarom ook de naam ‘het bloed’.
De groei van de bacterie wordt bevorderd door een groot aanbod van koolhydraten in het voer. Dit kan bijvoorbeeld door gulzig vreten, grote melkopname, koolhydraatrijk voer in combinatie met minder structuur in het voer, snelle overgang naar weiden in jong gras of plotselinge voerovergang waarbij de pensflora verstoord wordt.
 
Het ziekteverloop is vaak zo snel dat dieren dood worden aangetroffen. Vaak zijn het de grootste, best ontwikkelde dieren die het eerst getroffen worden.  In andere gevallen kunnen wel symptomen zichtbaar zijn als stoppen met eten, speekselen, koorts, tandenknarsen, ademhalingsproblemen, coördinatieproblemen, krampen, coma en uiteindelijk toch sterfte.
 
Door de snelle sterfte is behandeling haast niet mogelijk. Het beste is om de dieren preventief te enten. De basisenting bestaat uit 2 entingen met 4 tot 6 weken tussentijd. Lammeren kunnen op z’n vroegst op 2 weken leeftijd geënt worden. Immuniteit wordt verkregen 2 weken na de basisenting. Voor veel lammeren kan de enting al te laat komen.
Een andere manier is om de hoog-drachtige ooien te enten, waarbij de lammeren de bescherming meekrijgen via de biest. Hierbij moet de laatste enting 2 tot 8 weken voor het lammeren gegeven worden.
Let op: worden de dieren voor het eerst geënt, dan moeten zij de basisenting hebben van 2 entingen met 4 tot 6 weken tussentijd. Hebben de dieren eerder in het jaar al een basisenting gehad, dan volstaat een enkelvoudige herhalingsenting.
Met de antistoffen die het lam via de biest binnenkrijgt, blijft het 6 tot 12 weken beschermd. Daarbij is het natuurlijk wel belangrijk dat het lam goed biest binnenkrijgt.
 
ACTIE: Dit seizoen krijgt u 10% korting op de clostridium-enting bij de ooien. Geldig tot 1 april.