Telefoon
0529-456000
Luchtwegen
In het najaar stijgt het aantal paarden met problemen aan hun luchtwegen weer aanmerkelijk.
 
Paarden met een snotneus, benauwde en/of hoestende paarden horen bij de top drie van klachten waarvoor de dierenarts in de dagelijkse praktijk geconsulteerd wordt.
 
Om te leven heeft een paard net als wij zuurstof nodig. Zuurstof wordt gebruikt bij de stofwisseling van alle lichaamscellen, variërend van bijvoorbeeld de zenuwcellen in de hersenen tot de verterende cellen van de darmwand. Als afvalproduct van een optimaal verlopende celstofwisseling ontstaat kooldioxide. Uitwisseling van zuurstof (O2) en kooldioxide (CO2) vindt plaats in de longen.
 
Ademhalen
Het paard ademt zuurstofhoudende buitenlucht in en via het neusgat, de neusholte, keel en luchtpijp bereikt deze lucht de longen. De luchtpijp begint als een 'holle buis' en splitst zich in steeds kleinere buisjes, de bronchiën. Dit is vergelijkbaar met de vertakkingen van een boom in steeds kleinere takken. De bladeren van de boom, het 'eindpunt' van deze vertakkingen, zijn de zogenaamde longblaasjes. Deze longblaasjes zijn slechts door een zeer dunne celwand gescheiden van hele kleine bloedvaatjes en via deze dunne celwand worden de zuurstofmoleculen uitgewisseld met het bloed. Gebonden aan de in het bloed aanwezige stof hemoglobine wordt de zuurstof vervolgens door het gehele lichaam getransporteerd naar alle plaatsen en lichaamscellen waar dat nodig is. De afvalstof kooldioxide wordt op zijn beurt weer via het bloed naar de longen getransporteerd om daar tijdens het uitademen het lichaam weer te verlaten. Doordat de longen zo vertakt zijn in al deze longblaasjes, is het oppervlak en dus de capaciteit waarover uitwisseling van deze gassen kan plaatsvinden zeer groot. Als je alle cellen uit zou spreiden is de totale oppervlakte tientallen m2.
 
Ademhaling
Het inademen van zuurstofrijke lucht gebeurt actief door het uitzetten van de borstkas en het afplatten van het middenrif. Dit gebeurt zonder dat daar steeds bewust over nagedacht hoeft te worden. Gestuurd door het onwillekeurige zenuwstelsel zorgen een grote hoeveelheid spieren rond de borstkas ervoor dat de ribben 'naar buiten gaan' waardoor er meer ruimte in de borstkast ontstaat en de buitenlucht naar binnen stroomt. Het uitademen gebeurt normaal gesproken passief: het longweefsel bevat elastische vezels, waardoor de longen als een opgepompte luchtballon weer kleiner worden als er geen tegendruk meer wordt gegeven. Hoewel dit een zeer vereenvoudigde weergave is van het gecompliceerde proces van in- en uitademen, is het belangrijke kennis om de problemen die in de luchtwegen kunnen ontstaan te begrijpen.
 
Irritatie van de luchtwegen
Overal in de luchtwegen van het paard zijn zogenaamde trilhaarcellen en slijmproducerende kliercellen te vinden. De functie van deze cellen is het schoonhouden van de longen. Eventueel tijdens het inademen meegekomen (stof)deeltjes worden door het slijm 'gevangen', waarna de minuscuul kleine trilharen het verontreinigde slijm weer naar buiten werken. Bij irritatie van de luchtwegen, door bijvoorbeeld een infectie of een stoffig stalmilieu, zal er als reactie door het lichaam meer slijm worden gevormd. Dit slijm wordt met stof en afvalstoffen afgevoerd, wat je als paardeneigenaar vervolgens kan herkennen als een snotneus.
 
Acute luchtwegproblemen
Acute luchtwegproblemen worden meestal veroorzaakt door een infectie, waarbij de meest voorkomende ziekteverwekkers in dit geval virussen zijn. Bij veel luchtweginfecties zullen de hiervoor al genoemde trilhaarcellen beschadigd raken, waardoor nu juist het tegenhouden van stof en het uitscheiden van slijm verminderd worden. Er blijft dan ongewenst slijm en vuil in de luchtwegen achter, hetgeen vervolgens op zijn beurt weer een bron is voor irritatie (en dus hoesten!!). In de door virussen verzwakte paardenlong vormt dit achtergebleven slijm bovendien een ideale voedingsbodem voor bacteriën. Hoewel bacteriën normaal gesproken in een gezonde paardenlong geen kans maken, kunnen ze in deze situatie soms wèl aanslaan met alle nadelige gevolgen van dien. Acute luchtwegproblemen zien we met name bij jonge dieren, aangezien hun afweer nog niet zo goed ontwikkeld is als bij een volwassen dier (zoals kinderen op een kleuterschool). Maar ook paarden die onder - soms stressvolle - omstandigheden in contact komen met voor hen vreemde paarden (zoals op wedstrijden, handelsstallen, entrainementen etc.) lopen een grotere kans op het oplopen van een acute luchtweginfectie. De belangrijkste symptomen van een acute luchtweginfectie zijn in eerste instantie sloomheid en koorts (tot wel rond de 40°C) en wat later hoesten en een vieze neus. Meestal is de prognose voor het paard gunstig en worden na enkele dagen de symptomen milder. Toch is voorzichtigheid geboden als herstel te lang uitblijft, want als - zoals hierboven beschreven - bacteriën de kans krijgen om aan te slaan, kan dat leiden tot vervelende complicaties. In geval van twijfel is het dan ook verstandig de dierenarts te raadplegen, zodat die kan bepalen of het eventueel nodig is het paard met medicijnen (zoals antibiotica) te ondersteunen.
 
Chronische luchtwegproblemen
Bij volwassen dieren is dit ongetwijfeld de meest voorkomende categorie van luchtwegaandoeningen. Uit een acute luchtwegaandoening ontwikkelt zich bij paarden snel een chronisch probleem, doordat paardenlongen van nature makkelijk overgevoelig of allergisch raken. Als de longen reeds geprikkeld zijn door het bij een acute infectie overvloedig aangemaakte slijm, kunnen factoren in het stalmilieu, zoals stof (droog hooi en stro!) en ammoniak (urine), de irritatie makkelijk op gang houden. Lang nadat ziekteverwekkers als virussen en bacteriën vertrokken zijn en het paard geen zieke indruk meer maakt, kan het paard toch nog hoesten en een snotneus hebben. Ook zijn deze dieren nogal eens benauwd doordat zij veel slijm in hun luchtwegen hebben en de luchtwegen, net als bij mensen met astma, overdreven samentrekken als reactie op irritatie uit de omgeving. Als een paard hier lang mee doorloopt (maanden of zelfs jaren) kan er door de chronische prikkeling van de longen onherstelbare schade optreden: de elasticiteit van de longen vermindert en in het ergste geval houden we een paard over dat dampig is. Dit uit zich in het feit dat het paard erg benauwd is en bij het uitademen niet meer voldoende heeft aan de elasticiteit van zijn longen (het 'luchtballoneffect'). Het paard helpt - in tegenstelling tot de normale situatie - actief mee aan het uitademen met zijn buikspieren: het naknijpen. Als dit lang genoeg aanhoudt verschijnt achter de ribboog de 'dampigheidsgroeve'.
 
Jaargetij
Dat juist in het najaar luchtwegproblemen regelmatig voorkomen mag duidelijk zijn: met de winter op komst worden de paarden vanuit hun frisse wei naar een veel stoffiger stalmilieu gehaald en ook dichter in elkaars nabijheid gehouden, waardoor met name jonge paarden elkaar makkelijk met bijvoorbeeld een virus kunnen besmetten. Bovendien is zoals gezegd bij deze jonge dieren de afweer nog verre van optimaal.

Hoewel verre van volledig, is dit in vogelvlucht de ontstaanswijze van drie belangrijke klachten: een snotneus, hoesten en benauwdheid, waarmee de paardeneigenaar en dus ook de dierenarts geconfronteerd kunnen worden.
 
(met dank BG)