Telefoon
0529-456000
Ontwormen
vragenformulier.pdf

De belangrijkste oorzaken van diarree bij opgroeiende en volwassen paarden en ponies zijn worminfecties (met name cyathostominose), deze infecties veroorzaken meestal een chronische vorm van diarree.
 
Een eenduidig advies over het ontwormen van uw paard kunnen wij zo niet geven. Het ontwormingsregime van uw paard is afhankelijk van de huisvesting, leeftijd, drachtig of niet en noem zo maar op. Hieronder voor de gemotiveerde eigenaar, een uiteenzetting over een aantal wormen bij het paard en achtergronden in de ziekteleer en preventie hiervan.
 
Voor een passend ontwormadvies kun u altijd terecht bij een van onze dierenartsen of assistenten.
 
De belangrijkste wormen van de paardachtigen zijn de strongyliden. Hiertoe behoren de Cyathostominae (dertig verschillende soorten) en de Strongylus vulgaris. Het zijn deze wormen die een constante bedreiging vormen voor de gezondheid van paarden en verdienen daarom een preventieve aanpak. Er zijn ook andere wormen die een gezondheidsbedreiging vormen voor de gezondheid van het paard, zoals bijvoorbeeld de lintworm (Anoplcephala perfoliata).
 
Epidemiologie
Niet ontwormde paarden scheiden gedurende het hele jaar eieren uit. In de eieren ontwikkelt zich een larfje dat het ei verlaat, zich in de mest ontwikkelt en vervolgens de mest verlaat om zo in de omgeving op het gras terecht te komen. De ontwikkelingsduur van ei tot infectieuze larve (die ziekte kan veroorzaken) is vooral afhankelijk van de buitentemperatuur. In het voorjaar duurt het enkele weken voor er zich infectieuze larven hebben ontwikkeld. In de zomer duurt dat maar een tot twee weken. Dit heeft tot gevolg dat zowel de eieren die in het voorjaar op de wei zijn gekomen als ook de eieren die daar later zijn terecht gekomen, zich in de zomer tot infectieuze larven hebben ontwikkeld. De infectie met strongyliden vindt daarom vooral in de zomer en de herfst plaats.
 
Door de wijze waarop we tegenwoordig onze paarden houden, zijn de kansen van de wormen sterk toegenomen. We houden in feite te veel paarden op een in verhouding tot de vrije natuur te klein stukje weiland. Dat betekent veel eieren op een klein stukje grond, dus ook veel larven, en voor die larven een uitstekende kans om een gastheer, een paard dus, te vinden, want paarden zijn er op dat stukje genoeg. Bij een hoge besmettingsdruk, dat wil zeggen veel larven per stukje weide, is de kans groot dat er zich een ernstige wormbesmetting ontwikkeld.
 
De met het gras opgenomen larven van Cyathostominae maken, voordat ze volwassen worden, eerst een ontwikkeling door in het slijmvlies van de blinde darm en de dikke darm. De ontwikkelingstijd in het darmslijmvlies is minimaal zes weken, maar het merendeel van de opgenomen larven gaat gedurende een aantal maanden in inhibitie (rustfase). Dit heeft tot gevolg dat het grootste deel van de larven die in de loop van de zomer en de herfst zijn opgenomen zich pas in de winter of daarop volgende lente en zomer tot volwassen wormen ontwikkelen. De larven van S. Vulgaris gaan niet in inhibitie, maar hun ontwikkeling in de arteriën duurt een aantal maanden zodat zij volwassen worden vanaf de tweede helft van de winter. De uitscheiding van de eieren van de strongyliden begint dus al in de loop van de winter. Paarden die in het voorjaar naar buiten gaan , zullen dus het weiland meteen besmetten met eieren.
 
Ontwormingsmiddelen
Het succes van de ontwormingsprogramma's is afhankelijk van de gebruikte ontwormmiddelen (anthelmintica) en de juiste toedieningwijze hiervan. Maar ook aandacht voor het milieu waarin het paard zich bevindt en andere methoden om de infectiedruk naar beneden te brengen zijn belangrijk.
 
De voor paarden geregistreerde anthelmintica zijn op grond van hun werkingsmechanisme te verdelen in drie groepen:
  • Benzimidazolederivaten (resistentie bij Cyathostominae)
  • Ganglionstimulatoren: pyrantel (effectief tegen volwassen stadia maar niet tegen de larvale stadia van de Cyathostominae en S. Vulgaris)
  • Macrocyclische lactonen: ivermectine en moxidectine (effectief tegen volwassen stadia, en moxidectine ook voor een deel tegen de larvale stadia van de cyathostominae en werkzaam tegen de volwassen en larvale stadia van S. Vulgaris)
 
Resistentie
Deze drie middelen zijn de enige die bij de preventie van deze wormen gebruikt worden. Er is dan ook zeer veel aandacht voor de resistentie ontwikkeling voor deze middelen. Een opgebouwde resistentie maakt het middel onwerkzaam en er zullen dus meer gezondheidsproblemen ontstaan door deze maag-/darmwormen. Resistentie ontwikkelt zich doordat een aantal larven een ontwormingsbeurt overleven. Deze larven worden volwassen en zorgen op hun beurt weer voor nakomelingen die ook in verhoogde mate resistent zijn tegen de gebruikte ontwormingsmiddelen.
 
Door het wereldwijde gebruik van de anthelmintica is het voorkomen van parasitair gerelateerde ziekten bij paarden verminderd. Deze middelen worden gebruikt om de ei-uitscheiding te verlagen waardoor er een lagere infectiedruk op het weiland ontstaat. Deze maatregelen zorgen dus voor minder klinische verschijnselen bij paarden, maar zorgen tegelijkertijd ook voor resistentieontwikkeling. Zo is er inmiddels een resistentie van de strongyliden ontstaan voor de benzimidazole middelen. Ook zijn er recentere waarnemingen over multi-resistentie bij het schaap van Haemonchus contortus, die een waarschuwing zou moeten afgeven over het resistentieprobleem bij paarden. Voor de paardachtigen zijn immers maar 3 soorten anthelmintica beschikbaar, waardoor resistentieontwikkeling een zeer groot probleem zou zijn.
 
In de USA, Denemarken en de UK is pyrantel-resistentie bij de Cyathostominae gevonden. In Nederland is er resistentie van Cyathostominae tegen de benzimidazolen. Resistentie van S. Vulgaris/Edentatus is nog niet aangetoond.
 
Controle effectiviteit anthelmintica
Het is belangrijk om de effectiviteit te controleren van de toegediende anthelmintica. Dit zou minimaal een maal per jaar moeten gebeuren. Dan wordt er veertien dagen na de behandeling van een representatief aantal paarden een eitelling uitgevoerd. Het EPG (ei per gram mest) moet nul of nagenoeg nul zijn. Is dit niet het geval dan is er een behandelingsfout gemaakt of is er sprake van resistentie.
 
Anthelminticumresistentie bij cyathostominae bij paarden en trichostrongyliden bij kleine herkauwers komt veel voor in tegenstelling tot trichostrongyliden bij het rund. Bij het rund word alleen behandeld als ze als kalf naar buiten gaan. Dan treedt door lichte infecties opbouw van immuniteit op en hoeven ze hierna niet meer behandeld te worden. Als gevolg hiervan is er veel minder selectiedruk op de anthelminticumresistentie en treedt dit veel minder snel op. Bij paard en schaap moet er het gehele leven behandeld worden, dit levert meer selectiedruk.
 
Alternatieven voor regelmatige gebruik van ontwormmiddelen
1. Mechanische reiniging van het weiland, waarbij de mest twee keer per week verwijderd wordt.

Voordeel:
  • Geen anthelmintica nodig
  • Betere benutting van het weiland (geen mestplaatsen)
Nadeel:
  • Arbeidsintensief (stofzuiger VS)
 
2. Alleen anthelmintica toedienen in perioden dat het dier risico loopt, dus vanaf vroege voorjaar tot september. Uit onderzoek is gebleken dat bij een groep dieren een groot deel van de dieren een laag aantal wormen heeft en een klein deel een heel hoog aantal wormen heeft. Dit wordt bepaald aan de hand van het aantal eieren in de faeces (EPG). Wanneer alleen die dieren behandeld worden met een hoog aantal wormen, is dit voldoende voor preventie tegen ziekte (of productiedaling), maar is er minder selectiedruk op anthelminticumresistentie.
 
3. Biologische bestrijding: in Denemarken zijn er studies gedaan naar gebruik van nematophage schimmels. Schimmels van de stammen Duddingtonia fragrans en van Arthrobotrys oligospora kunnen de passage door het maagdarmkanaal overleven en reduceren bij gebruik bij kalveren de weidebesmetting met 66 procent.

Nadeel:
  • Hier moet nog veel onderzoek naar gedaan worden, onder andere naar de veiligheid, dus het duurt nog wel even voor het beschikbaar is. Er zal altijd gecombineerd moeten worden met andere middelen omdat de reductie niet 100 procent is.
 
Conclusie
Een eenduidig ontwormadvies voor alle paarden is niet te geven. Het ontwormadvies hangt af van vele factoren. Zo is huisvesting zeer belangrijk, leeftijd, drachtig of niet ed. Voor een goed advies vraag een van onze dierenartsen of assistenten.