Telefoon
0529-456000
Vaccinaties
Het inenten of vaccineren heeft tot doel om het dier (of de mens) op kunstmatige manier te besmetten met een stof, waarna het afweerapparaat van het lichaam weerstand gaat maken tegen de ingespoten stof. Het lichaam zelf wordt dus geactiveerd tot het maken van antistoffen, waardoor de kans op het krijgen van de natuurlijke infectie sterk verminderd wordt. Bij het paard komen, evenals bij elke andere diersoort, veel virussen en bacteriën voor die het dier ziek kunnen maken. In het kader van verkrijgbare entingen zijn een drietal ziekten belangrijk, namelijk: influenza, rhinopneumonie en tetanus. Het enten van dieren gebeurt altijd met dezelfde hoeveelheid entstof. Een Belgisch trekpaard krijgt dus evenveel entstof als een falabella.
 
Als een drachtige merrie geënt wordt, gaat ze antistoffen produceren. Het veulen in de merrie gaat geen antistoffen produceren. Het veulen wordt beschermd door de antistoffen, die het veulen via de biest van de merrie krijgt. Dit heet passieve immunisatie in tegenstelling tot het hierboven beschrevene wat actieve immunisatie heet.
 
Standaard enten wij de paarden binnen onze praktijk met een combivaccin tegen influenza en tetanus. Het is mogelijk om tegen andere aandoeningen te enten, de belangrijkste mogelijkheden zullen hieronder verder worden toegelicht.
 
Influenza
Het influenzavirus behoort tot de groep van de Orthomyxo virussen. Het virus veroorzaakt een infectie van de voorste luchtwegen, met eventueel hoge koorts, niet eten, algemeen ziek zijn en hoesten. De koorts kan verschijnen in een 2-tal koortspieken. Als gevolg van de slijmvliesbeschadigingen door het virus, kunnen bacteriën, die normalerwijze op de slijmvliezen voorkomen, zorgen voor een secundaire infectie.
 
Veulens, die van de merrie onvoldoende antistoffen via de biest hebben binnen gekregen, kunnen aan een influenza-infectie sterven. Volwassen paarden sterven zelden aan een influenza-infectie.
Er bestaan van dit virus meerdere stammen. Elke stam kan een virusinfectie veroorzaken waarbij sommige virussen onderling een sterke verwantschap hebben. Een praktisch gevolg hiervan is dat een bepaalde stam uit een entstof uiteindelijk een zodanige weerstand veroorzaakt, dat het dier tegen 2 stammen beschermd is. Dit heet kruisimmuniteit.
 
Met het enten tegen influenza wordt bij het veulen begonnen. Het tijdstip waarop met enten wordt begonnen kan liggen tussen de 3 en 5 maanden. Dit hangt af van het moment waarop de merrie geënt is.
  • Als de merrie niet in de dracht geënt is of in de eerste 7 maanden van de dracht geënt is, moet het veulen op 3 maanden de eerste enting krijgen
  • Als de merrie in de laatste 4 maanden van de dracht geënt is, wordt het veulen pas op 5 maanden geënt
  • De tweede enting volgt 4-6 weken na de eerste enting
  • Een derde enting volgt een half jaar later
  • De eerste en de tweede enting tezamen heten ook wel de basisenting
In verband met een goede weerstand bij het geënte dier is het zinvol om het paard 2x per jaar in te enten tegen influenza. Voor wedstrijden geldt tot nu toe een jaarlijkse herenting (binnen 365 dagen herhaald) na een correcte basisenting. Internationale wedstrijden vragen tegenwoordig een influenza enting die 2 x per jaar gegeven wordt.
 
Op de entingsplaats kan soms een lokale zwelling ontstaan die meestal spontaan, maar soms met enige medicamenten, moet worden bestreden.
 
Tetanus
Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetanie. Een infectie kan ontstaan na een diepe steekwond of na een wondinfectie met veel weefselversterf. Diverse diersoorten hebben een verschillende gevoeligheid voor deze bacterie. Het paard is erg gevoelig, maar de kat, bijvoorbeeld, is heel weinig gevoelig. De bacterie is een bodembewoner, die altijd en overal om ons heen voorkomt. Bij een infectie komt de bacterie het lichaam binnen via een wond. In deze wond gaat de bacterie zich vermeerderen zonder dat hier iets van gemerkt wordt, afgezien van de directe gevolgen van de wond. De bacterie gaat een gifstof vormen waardoor in de spieren over het gehele lichaam kramp ontstaat.
 
De tijd tussen het moment van besmetting en eerste verschijnselen van de ziekte bedraagt meestal 7-10 dagen.
 
De ziekte begint met een stijfheid van de kauwspieren (een andere naam voor tetanus is klem of kaakklem). Deze stijfheid breidt zich uit over de spieren van hoofd, hals en benen. Hierna ontstaat het stadium van de kramptoestand, waarbij dieren eventueel kunnen gaan omvallen. Als de kramp zich uitstrekt over de tussenribspieren, die zorg dragen voor de ademhaling, sterft het paard.
 
In principe kan een paard met verschijnselen van tetanus niet oorzakelijk behandeld worden, immers de gifstoffen moeten uitgewerkt raken. Antibiotica geven heeft geen zin als de eerste verschijnselen van kramp zijn waargenomen. Men kan de verschijnselen behandelen zoals het paard ophangen in een mat, verdoven, kunstmatig voeren en kunstmatig water geven.
Het beste kan dus preventief geënt worden.
Wij enten altijd met een gecombineerde influenza/tetanus entstof, waardoor bij een correct geënt paard een goede bescherming gewaarborgd is.
 
Rhinopneumonie
Rhinopneumonie bij het paard wordt veroorzaakt door een Herpesvirus en kent een drietal verschijningsvormen:
  1. De ademhalingsvorm
  2. De abortusvorm
  3. De neurologisch (verlammings) vorm
Een typische eigenschap van het Rhinovirus is dat het dieren kan infecteren, zonder dat deze dieren ziekteverschijnselen vertonen. Een andere typische eigenschap van het virus is, dat het zich in het lichaam verborgen kan houden om bij voor het paard stressvolle omstandigheden alsnog de kop op te steken.
 
ad 1. De ademhalingsvorm
De ademhalingsvorm toont zich net als de influenza als een virusinfectie van de voorste luchtwegen, met koorts en algemeen ziek zijn en eventueel dikke benen. De koorts kan zich met 2 pieken presenteren. Als complicatie kan een longontsteking ontstaan. Besmetting ontstaat vooral in het directe neuscontact met andere paarden. Preventie is mogelijk middels een enting, die echter minimaal 2 keer per jaar moet worden gegeven. Belangrijk is ook dat de enting als groepsenting wordt gegeven. Het enten van 1 paard in een groep paarden die niet geënt worden tegen de rhino lijkt niet zinvol.
 
ad 2. De abortusvorm
Drachtige merries, die geïnfecteerd worden met het rhinopneumonievirus, kunnen aborteren. Belangrijke preventieve maatregelen zijn:
  • weinig/geen contact met andere paarden
  • enten van de drachtige merrie op de 3e, 5e, 7e en 9e maand van de drachtigheid.
ad 3. De neurologische vorm
Deze vorm zou vooral ontstaan als virusdeeltjes zich binden aan door het paard geproduceerde antistoffen. Aan de combinatie virusdeeltje-antistof kan zich nog een derde stof binden, waardoor een groter deeltje ontstaat, welk vast kan lopen in bloedvaten, die naar zenuwvezels lopen.
 
Door een tekort aan bloed sterven de zenuwvezels af en ontstaat de beruchte verlamming van de spieren van de achterhand.
 
West-Nijl Virus
Het West Nijl virus is een flavivirus dat ziekte kan veroorzaken bij vogels, mensen en paarden. Het virus werd in 1999 als eerste gediagnosticeerd in Noord Amerika en is nu algemeen voorkomend in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. In september 2008 is het virus voor het eerst aangetoond in Italië. Wanneer het Nederland zal bereiken weten we niet.
 
Het West-Nijlvirus is een virusziekte die door muggen wordt overgedragen. Nadat de ziekte zich razendsnel heeft verspreid over de Verenigde Staten, is het West-Nijlvirus nu een almaar groeiende dreiging voor paarden in heel Europa aan het worden. Het West-Nijlvirus was al endemisch in de Verenigde Staten; na recente uitbraken wordt het nu ook in Italië als endemisch beschouwd.
 
Geïnfecteerde vogels, die van Afrika naar Europa trekken, zijn de bron van de ziekte. Wanneer muggen een vogel bijten die het West-Nijlvirus draagt, raken ze ook geïnfecteerd. Geïnfecteerde muggen geven het virus door wanneer ze vervolgens een mens, een paard of een ander dier bijten.
 
De ziekte is niet besmettelijk, dus een geïnfecteerde paard kan geen andere dieren of mensen besmetten.
 
Het is een ziekte met aangifteplicht, dus moet een paard dat geïnfecteerd is met het West-Nijlvirus gemeld worden bij de bevoegde instantie in uw land.
 
Wanneer lopen paarden het risico geïnfecteerd te worden?
De overdracht van het West-Nijlvirus is seizoensgebonden en treedt voornamelijk op van juli tot en met oktober in overeenstemming met de kenmerkende piekactiviteit van muggen
 
Wat zijn de symptomen bij paarden?
Het paard wordt het zwaarst getroffen door deze ziekte en kan hersenvliesontsteking ontwikkelen: een zwelling van de hersenen en het ruggenmerg.
 
De klinische verschijnselen van paarden die geïnfecteerd zijn met het West-Nijlvirus kunnen lijken op die van andere paardenziektes en kunnen ook verward worden met andere neurologische ziektes.
 
Symptomen kunnen zich voordoen binnen 3 tot 15 dagen nadat het paard geïnfecteerd is en omvatten:
  • Koorts
  • Verlies van eetlust
  • Niet kunnen slikken
  • Slechtziendheid
  • Depressie of lethargie
  • Hoofd laten hangen of scheef houden
  • Strompelen of struikelen
  • Spierzwakte, stuiptrekkingen en typische rillingen van de spieren van het hoofd
  • Gedeeltelijke verlamming
  • Doelloos rondlopen
  • Onvermogen om op te staan
  • Convulsies
  • Coma
Wat kan ik doen als mijn paard West-Nijlvirus krijgt?
Hoewel er geen specifieke behandeling voor het West-Nijlvirus is, kan uw dierenarts ondersteunende therapie bieden die het leven van uw paard kan redden.
 
De diagnose kan worden gesteld door middel van bloedonderzoek op antilichamen.
 
De behandeling is symptomatisch, dus onder meer door middel van ontstekingsremmers en vloeistoftherapie (infusen) kunnen gevolgen van de ziekte aangepakt worden. De kans dat een paard volledig hersteld is klein.
 
Hoe kan ik het risico van infectie van mijn paard beperken?
  • Muggen onder controle houden helpt de blootstelling van uw paard aan muggenbeten te verminderen en belemmert de verspreiding van het West-Nijlvirus
  • Houd paarden in de stal gedurende zonsopgang en zonsondergang wanneer muggen het meest actief zijn
  • Doe lampen uit om 's nachts geen muggen aan te trekken of gebruik anders fluorescerende lampen die geen muggen aantrekken
  • Ververs water uit troggen of andere drinkbakken ten minste om de 4 dagen, maar bij voorkeur dagelijks
  • Verwijder potentiele muggenbroedplaatsen - dat wil zeggen alle plaatsen waar zich water kan verzamelen, zoals lege bakken of modderpoelen
  • Gebruik een effectief insectenwerend middel
 
Kan ik mijn paard tegen het West-Nijlvirus vaccineren?
Ja, er is nu een vaccin dat een vergunning heeft verkregen in Europa. Het is een geïnactiveerd vaccin dat met succes is gebruikt om het aantal West-Nijlvirus gevallen in de Verenigde Staten te verminderen.
 
Of uw paard nu reist naar een gebied waar het West-Nijlvirus endemisch is of thuisblijft, bescherm het tegen de dreiging van het West-Nijlvirus.
 
Voor uw gemoedsrust: de eenvoudige en gemakkelijke oplossing om het risico te verminderen dat uw paar onder de gevolgen van het West-Nijlvirus zal lijden, is vaccinatie!
 
 
Droes
Droes is een besmettelijke ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Streptococcus equi. Droes kan voorkomen bij paarden en pony's van elke leeftijd en elk ras.
 
Het meeste risico lopen:
  • Jonge paarden
  • Paarden die worden gehouden in grote aantallen en veel in aanraking komen met andere paarden
  • Paarden die veel op concoursen en keuringen komen
 
Droes kan in uitzonderlijke gevallen fataal verlopen en is moeilijk te behandelen. Het kan voorkomen bij paarden die er op het eerst gezicht volkomen gezond uitzien (circa 10% van de paarden die herstellen, blijft drager) en ligt daarom altijd op de loer.
 
Binnen een bedrijf kan droes zich snel verspreiden door direct contact tussenpaarden of door indirect contact, bijvoorbeeld door gezamenlijke drink- en voederbakken of via de mens.
 
Wat zijn de symptomen?
Droes wordt gekenmerkt door:
  • Verhoogde temperatuur
  • Lymfeknoopzwelling/lymfeknoopabcessen
  • Afscheiding van slijm en pus uit de neus
  • Hoesten
  • Benauwdheid
















Soms zijn de verschijnselen zo duidelijk dat de dierenarts gemakkelijk de diagnose kan stellen. Dit is echter niet altijd het geval en soms moeten er neusswabs genomen worden voor verder onderzoek. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de diagnose van een dierenarts altijd noodzakelijk is, aangezien een paard dat een aantal van de bovengenoemde symptomen vertoont ook een andere aandoening kan hebben.
 
Kan droes worden behandeld?
Alleen in zeer vroeg stadium kan droes behandeld worden met antibiotica. Meestal wordt de diagnose echter pas gesteld nadat zich abcessen hebben gevormd en behandeling met antibiotica controversieel is. Deze abcessen moeten rijpen en kunnen eventueel door de dierenarts geopend worden.
 
De meeste paarden herstellen volledig, echter complicaties komen regelmatig voor. 'Verslagen droes' als complicatie komt ongeveer bij 10% van de paarden voor en wordt gekenmerkt door abcessen door het gehele lichaam. Paarden met 'verslagen droes' herstellen zelden volledig. Een andere complicatie is sterfte, bij 1% van de droes gevallen verloopt de infectie dodelijk.
 
Wat ik doen als droes wordt geconstateerd?
Als het eerste geval van droes wordt geconstateerd, lopen alle andere paarden in de stal een groot risico.
 
  1. Het besmette paard moet van de andere paarden worden geïsoleerd.
  2. Er mogen geen nieuwe paarden in de stal worden toegelaten.
  3. Alle andere paarden in de stal moeten nauwkeurig in de gaten worden gehouden (temperaturen!) om nieuwe gevallen van droes zo snel mogelijk vast te stellen.
  4. Personen die regelmatig in contact komen met paarden buiten de stal moeten zoveel mogelijk wegblijven van de besmette stal.
 
In de praktijk betekent dit dat de stal min of meer gesloten wordt. Helaas kan deze situatie wel maanden duren. In ieder geval vier tot zes weken na herstel van het laatste geïnfecteerde paard.
 
Preventieve maatregelen:
Verscheidene maatregelen kunnen worden genomen om droes zoveel mogelijk te beperken.
  1. Probeer contact met andere paarden zoveel mogelijk te vermijden.
  2. Zorg dat de stal niet overvol wordt.
  3. Maak vaste/stabiele groepen
  4. Houdt nieuwe paarden eerst een aantal weken in quarantaine.
  5. Vaccineer de paarden tegen droes
  6. Vaccineer alle paarden
 
Wat houdt vaccinatie in?
De vaccinatie kan worden toegepast bij paarden vanaf de leeftijd van vier maanden. Het vaccin wordt toegediend door injectie van een kleine dosis in de bovenlip.
 
Na de vaccinatie ontstaat er een pustel aan de binnenkant van de lip. Dit is normaal. Deze pustel verdwijnt binnen enkele dagen.
 
Bij de meeste paarden zal een zwelling van de bovenlip ontstaan. In het algemeen is deze niet pijnlijk en zal de eetlust en het gedrag niet worden beïnvloed. Sommige paarden kunnen een paar dagen het bit niet goed verdragen.
 
Uw dierenarts kan adviseren welk vaccinatieschema geschikt is voor uw paard:
 
Basisvaccinatie:
Twee vaccinaties met een interval van vier weken.
 
Herhalingsvaccinatie:
  • Vaccinatie om de 3 maanden
  • Bij een droesuitbraak tussen de 3 tot 6 maanden na de basisvaccinatie, geeft een herhalingsvaccinatie een snel herstel van de immuniteit tegen droes.
 
Het wordt aanbevolen om alle paarden in een stal te vaccineren.