Telefoon
0529-456000
Voortplanting
Het krijgen van een veulen bij een merrie is nog niet zo vanzelfsprekend. Daarom volgen hier een aantal belangrijke zaken.
 
Hengstigheid en cyclus
Merries zijn vruchtbaar in de periode dat ze hengstig zijn. Het signaleren van deze periode is dan ook de eerste stap.

Een merrie is een dier waarvan de vruchtbaarheid sterk afhankelijk is van het seizoen. De activiteit van de eierstokken neemt toe naarmate de dagen langer worden en is het best in de maanden mei/juni/juli. De vruchtbaarheid van merries is het best bij veel zonlicht en hogere temperaturen. Bij een koud en donker voorjaar is het aantal geboren veulens het jaar daarop duidelijk lager dan bij een zonnig voorjaar.
 
Niet drachtige merries worden meestal in de periode maart/april voor het eerst hengstig. Dekken in die periode betekent dat het veulen na een dracht van elf maanden, al vroeg in het jaar geboren wordt.
 
De cyclus van een paard duurt gemiddeld 21 dagen (cycluslengtes tussen de 18 en 24 dagen worden als normaal beschouwd) De cycluslengte per merrie is constant behalve in het vroege voor- en najaar. De duur van de hengstigheid is gemiddeld 5 dagen (kan per paard nog wel eens variëren). Ook de hengstigheidsduur is per merrie vrij constant, behalve in het begin en op het eind van het seizoen. Het is handig de data en lengte van de hengstigheid op te schrijven. Zo kan men door tijdig registreren een goede inschatting maken van de cyclus van de merrie.
 
De eisprong vindt plaats tegen het einde van de hengstigheid. De meeste kans op een bevruchting bestaat als er gedekt of geïnsemineerd wordt rond de eisprong: het meest ideale is iets voor de eisprong. Het op de eierstok ontstane gele lichaam zal nu het drachtigheidshormoon progesteron produceren. Vindt er bevruchting plaats, dan zal het embryo zich in de baarmoeder nestelen en verder ontwikkelen. Vindt er geen bevruchting plaats, dan zorgen hormonen uit de baarmoederwand ervoor dat het gele lichaam verdwijnt en er zich weer nieuwe eiblaasjes gaan vormen en de hele cyclus weer opnieuw begint.

Bevruchting
Om een succesvolle bevruchting te krijgen is de aanwezigheid van levend sperma in de eileider, waar de bevruchting plaatsvindt, direct na de eisprong noodzakelijk. Vers sperma behoudt zijn bevruchtende vermogen gemiddeld 48 uur nadat het in de merrie is ingebracht. Het is daarom van groot belang het moment van de eisprong zo nauwkeurig mogelijk in te schatten. De kans dat eicel en sperma elkaar dan op het goede moment ontmoeten is daarmee zo groot mogelijk.

Sperma
In de natuur wordt de merrie gedurende een periode van hengstigheid meerdere malen gedekt waardoor de kans van 'het goede moment' reëel is. In de hedendaagse paardenfokkerij zijn het in de regel de hengstenhouder/inseminator en de dierenarts die het moment van dekken of insemineren bepalen. De uitwendig zichtbare hengstigheid is daarbij nog steeds een belangrijke leidraad, ook al is dat per merrie sterk verschillend.
 
Om een goed beeld te krijgen wordt de merrie geschouwd. Zo kan de merrie tonen of ze interesse heeft voor de hengst en andersom. De mate van het tonen van hengstigheid is dan mede bepalend voor het bepalen van het tijdstip van inseminatie.
 
Echoscopie
Met een scanner kan een dierenarts de baarmoeder en de eierstokken van een merrie bekijken. Door het maken van zo'n echo kan de dierenarts zien of de follikel al de gewenste grootte heeft. Daarnaast speelt de zachtheid van de follikel en het aspect van de baarmoeder en de baarmoedermond een grote rol bij het bepalen van het juiste moment van dekken of insemineren.
 
Heeft de dekking of inseminatie plaatsgevonden, dan rest wachten. De eigenaar kan wachten of zijn merrie opnieuw hengstig wordt. Uitblijven van de hengstigheid is een redelijke indicatie dat de merrie drachtig is. Een andere mogelijkheid tot het vaststellen van dracht is het maken van - opnieuw- een echo. De beste tijd hiervoor is plusminus 17 dagen na het insemineren. Is de merrie, helaas, niet drachtig, dan is het tevens een goed moment om de merrie goed in de gaten te houden voor nogmaals een zinvolle poging.
 
Het maken van een echo heeft als bijkomend voordeel dat een - bij paarden ongewenste- tweelingdracht, tijdig gesignaleerd zou kunnen worden. Het is mogelijk om dan een van de beide vruchtjes te verwijderen. In een aantal gevallen zullen beide vruchtjes verloren gaan. Deze laatste optie is erg vervelend, maar indien vroegtijdig gesignaleerd (voor 30-40e dag) staat niets een hernieuwde poging tot bevruchting in de weg.
 
Dracht op 17 dagen na de bevruchting is een uitstekend begin van het uiteindelijke doel. Toch is het goed om te bedenken dat ongeveer 15% van de drachtigheden binnen de eerste 40 dagen na bevruchting spontaan afgebroken wordt. Vervelend maar puur natuur. Om niet voor al te grote verassingen te komen te staan is het raadzaam om na 4 en 6 weken dracht nog een echo te laten maken. Als dan alles in orde lijkt, dan is de kans op een verder goed verlopende dracht reëel.
 
Probleemmerries
Niet alle merries worden even makkelijk drachtig. Problemen veroorzaakt door de toestand van de voortplantingsorganen van de merrie zijn hier vaak de veroorzaker van. De meeste oorzaken van 'opbreken' (niet drachtig worden) zijn:
  • Een onregelmatig cyclus (afwijking in de hormoonhuishouding). Het scannen van de eierstokken en baarmoeder voor en na het dekken is mede voor het onderkennen van dit probleem erg belangrijk.
  • Een baarmoederinfectie
  • Een niet goed sluitende schede
 
Als na verschillende malen dekken of insemineren nog geen drachtigheid tot stand is gekomen is het zinnig een dierenarts te raadplegen. Natuurlijk kunnen niet alle problemen opgelost worden, maar als het niet-drachtig zijn van een merrie een aanwijsbare oorzaak heeft dan kan een veterinaire ingreep mogelijk uitkomst bieden.