Telefoon
0529-456000
Juni 2018

Beste schapen-/geitenhouder,

 

We hebben al warm weer gehad en hopelijk krijgen we deze zomer ook nog een aantal warme dagen. Toch geeft dat warme weer dat we extra aandacht moeten geven aan onze dieren.
Daarom in deze nieuwsbrief wat informatie over hittestress en myiasis. Ook volgt er wat informatie over Q koorts.
Wij willen u nog even alert maken op worminfecties die voor kunnen komen bij schapen en dat u bewust omgaat met ontwormmiddelen. Voor informatie naar worminfecties verwijzen wij naar de nieuwsbrief van oktober. De nieuwsbrieven zijn ook op onze site terug te vinden.  Heeft u vragen dan kunt u altijd contact opnemen met de dierenarts. Wij hebben van 8 tot 9 telefonisch spreekuur voor alle soorten vragen.

Wij wensen u veel leesplezier!


Hittestress

Net zoals wij vinden de dieren té warm ook geen pretje.
Bij hoge temperaturen is er een grote kans op hittestress. Dan kan het dier zijn eigen temperatuur moeilijk reguleren. Het gevolg is dat ze sloom zijn, minder eten, de afweer neemt af en ze hebben meer kans om ziek te worden. Heel typisch is ook de longontsteking die bij warm, broeierig weer kan optreden.
Boven de 23 graden is er al risico op hittestress bij schapen en geiten, vooral als er geen schaduw aanwezig is. Bij een hogere luchtvochtigheid kan hittestress eerder optreden.
Schapen en geiten kunnen niet zweten en kunnen moeilijk van hun warmte afkomen.  Ze gaan sneller ademen om van de warmte af te komen, ze nemen minder ruwvoer op om de warmteproductie te verminderen en ze gaan meer water drinken.

Hieronder volgen wat tips om hittestress zo veel mogelijk voor te zijn.

  • Zorg voor voldoende vers drinkwater. Zorg dat de drinkbak op een schaduwrijke plek staat, zodat het drinkwater zo koel mogelijk blijft. Controleer ook regelmatig of het drinkwatersysteem nog werkt.
  • Zorg voor voldoende schaduw voor de dieren. Soms is op stal betere beschutting dan in de wei. Zorg dan wel voor voldoende ventilatie in de stal.
  • Door de verminderde ruwvoeropname zijn de dieren gevoeliger voor pensverzuring. Probeer de krachtvoergift daarom te beperken en geeft niet te veel krachtvoer in 1 keer.
  • Probeer de schapen ruim voor de warme dagen te scheren. Vlak na scheren is er meer risico op verbranding. Vanzelfsprekend hebben geschoren dieren minder snel last van de warmte.
  • Laat de dieren zo veel mogelijk met rust; ga niet verplaatsen, behandelen of vaccineren. Door de stress kan de temperatuur verder oplopen.

 

Myiasis

Met het warme weer moet ook goed gelet worden op myiasis, oftewel maden. Waarschijnlijk is elke schapenhouder wel bekend met deze aandoening. Bij geiten wordt het minder vaak gezien, omdat de meeste geiten geen lange vacht hebben.
Meestal wordt myasis veroorzaakt door de larven (maden) van de blauwgroene vlieg (Lucilia Sericata). De vlieg legt eitjes in de wol en na enkele uren tot een dag komen deze eitjes uit. De geboren maden vreten vervolgens de huid van het dier kapot. De voorkeur voor het leggen van de eitjes is een warme, vuile en vochtige plek, zoals een vuile achterhand of lendenen. De aangevreten huid trekt weer meer vliegen aan, die ook weer eitjes gaan leggen en zo verergert het probleem.  De beschadigde huid kan leiden tot infecties en vergiftigingen. Bij niet tijdig opmerken kan het dier zelfs overlijden.

In eerste instantie is te zien dat het dier jeuk heeft; schuren, bijten, trillen met de huid of veel kwispelen met de staart. Vervolgens gaat het veel liggen/staan, later worden ze sloom, stoppen ze met eten en komen niet met de rest mee. Bij inspectie van de huid op de beruchte plekken zie je dan maden krioelen met al dan niet beschadigde huid.

Een tijdige behandeling is essentieel voor de kans van slagen. Bij een beginnende myiasis is het voldoende om de aangetaste plekken open te leggen door knippen of scheren en de maden te doden door de plekken te wassen met een middel zoals Neocidol®. Is de huid ook beschadigd dan dient er ook verdere wondverzorging plaats te vinden (wondspray, pijnstilling en antibioticum).

Voorkomen is nog beter dan genezen, daarom is preventie zeker zo belangrijk:

  • Zorg dat er goede hygiëne is van de vacht. Zoek bij diarree de onderliggende oorzaak zodat deze aangepakt kan worden.
  • Scheer de schapen op tijd. Korte wol blijft schoner en is minder aantrekkelijk voor de vlieg.
  • Behandel de dieren met een middel preventief. Daarvoor geregistreerd zijn bijvoorbeeld Deltanil en Clik. Deze middelen dienen op de vacht aangebracht te worden. Deltanil is een vrij nieuw middel en werkt ook tegen teken en schapenluis.
  • Ook al wordt goed preventief gewerkt, toch is het belangrijk om de dieren in de gaten te blijven houden.

 

Q koorts

Q koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetti. Bij veel dieren verloopt de ziekte symptoomloos, maar abortus kan voorkomen bij schapen en geiten. Q koorts is een zoönose, dat wil zeggen dat deze overdraagbaar is naar de mens. Bij de mens kan de ziekte symptoomloos verlopen maar het kan ook een ernstig ziektebeeld geven en in enkele gevallen leiden tot sterfte. In de periode van 2007 tot 2011 is er een uitbraak van Q koorts geweest onder mensen, daarbij zijn ook een aantal mensen overleden. Een belangrijke factor in de besmetting zijn melkgeiten gebleken.

De bacterie kan goed overleven buiten het dier en kan zelfs via de lucht overgedragen worden. Uitscheiding gebeurt onder andere via de nageboorte, vruchtwater en melk. Symptomen zijn vaak niet specifiek en diagnose kan worden gesteld door onderzoek op verworpen vrucht, nageboorte, vruchtwater of melk. Er bestaat een meldingsplicht als er bij schapen en geiten meer abortusgevallen voorkomen. De NVWA heeft dan een protocol hoe verder te werk te gaan.

Sinds 2008 is er een vaccin beschikbaar wat het aantal abortussen vermindert alsook de verspreiding van de kiem. Voor melkgeiten- en melkschapenbedrijven en bedrijven met een publieke functie, zoals bijvoorbeeld kinderboerderijen bestaat er een verplichting om te vaccineren.  Andere bedrijven zijn niet verplicht maar kunnen hun dieren op vrijwillige basis laten vaccineren. De vaccinatie bestaat uit de eerste keer twee toedieningen met een tussentijd van 3 weken. Vervolgens kan de vaccinatie jaarlijks eenmalig herhaald worden om voldoende bescherming te behouden. Om de gehele dracht bescherming te hebben is het aan te raden om voor het dekseizoen de dieren gevaccineerd te hebben.