Schapen en geiten

Maak een afspraak voor uw schaap

Worminfecties

Het standaard periodiek ontwormen van schapen is achterhaald. In de praktijk zien wij steeds meer resistentie van wormen tegen ontwormmiddelen. Soms heeft geen enkel middel meer effect. Daarom gaan we steeds gerichter behandelen en passen we meer strategieën toe dan alleen ontwormen.

In het kort is de cyclus van wormen als volgt:

  • Volwassen wormen in de darmen van het schaap leggen eieren
  • De eieren komen via de mest op het land
  • Uit de eieren komen larven die met het grazen weer opgenomen worden door het schaap
  • Uit de larven komen weer volwassen wormen die weer opnieuw eieren leggen

Hoe snel elk stadium gaat en hoe snel er weer nieuwe volwassen wormen gevormd worden is per type worm verschillend.

Zonder schaap als gastheer kan de cyclus niet rondgaan.

Bij het schaap komen 3 typen wormen het meest voor.

Nematodirus
Deze wormen geven vooral problemen bij lammeren in de eerste maanden van het eerste weideseizoen. Symptomen die gezien worden zijn diarree, vermageren en sterfte. Er wordt snel immuniteit opgebouwd, waardoor enkele maanden na infectie geen wormeieren meer worden uitgescheiden.

Haemonchus
De Haemonchus contortus (of lebmaagworm) is wereldwijd de belangrijkste parasiet bij kleine herkauwers. De volwassen vorm van deze worm leeft in de lebmaag en zuigt daar bloed. Symptomen zijn dan ook bloedarmoede, verzwakt, soms vochtophoping onder de bek, vaak met sterfte tot gevolg. Er wordt geen diarree gezien!

Teladorsagiose/trichostrongylose
Deze wormsoorten zitten in de lebmaag of in de dunne darm. Symptomen zijn groeivertraging door verminderde eetlust of diarree. Meestal treedt er geen sterfte op.

Er zijn een aantal groepen ontwormmiddelen. Sommige middelen vallen binnen dezelfde groep (bijv. Bovex en Panacur of Ivomec en Cydectin) waarbij resistentieontwikkeling gelijktijdig optreedt. Wisselen van een middel binnen eenzelfde groep heeft dus geen effect.

Na de introductie van elk nieuwe ontwormmiddel-groep zijn er binnen enkele jaren meldingen bekend van resistentie. Omdat niet verwacht wordt dat er in de komende jaren een nieuwe ontwormmiddel-groep wordt ontwikkeld, moet de resistentieontwikkeling van de al bestaande groepen zoveel mogelijk tegengegaan worden.

De eerste meldingen van resistentie dateren van de jaren ’60, een aantal jaren nadat de eerste ontwormmiddel-groep werd geïntroduceerd. De parasiet met de meeste resistentie-ontwikkeling is de Haemonchus contortus (lebmaagworm).

Bij elke behandeling overleven alleen de resistente wormen die weer de nieuwe generatie vormen. Zo ontwikkelt resistentie zich verder. Daarom is het belangrijk niet te vaak te ontwormen en zorgen dat ook niet-resistente wormen overblijven. Dit kun je ook doen door een deel van de dieren niet te ontwormen.

Resistentie wordt pas opgemerkt wanneer het in een vergevorderd stadium is. Daarom is het ook van belang om onderzoeken te blijven doen naar de resistentiegraad op het bedrijf voordat het te laat is.

De huidige strategie bevat een aantal kernpunten:

  • Dit is om te kijken of ontwormen op dat moment nodig is, maar kan ook ingezet worden om te kijken of het huidig gebruikte ontwormmiddel nog effect heeft.
  • Dit is om te zorgen dat de dieren op zo schoon mogelijk land blijven lopen, het liefst op land waar minimaal 3 maanden geen schapen hebben gelopen. Verder betekent het verweiden naar een ander stuk land om de 3 weken tot 1 juli, daarna om de 2 weken.
  • Daarin wordt het gebruikte middel opgenomen, de dosering, tijdstip en welke groep dieren behandeld moet worden.

Ons advies is om mestonderzoek te doen vóór het ontwormen om te kijken of ontwormen nodig is en 2 weken na de behandeling weer mestonderzoek om te zien of het middel effect heeft gehad.

Actueel

Afscheid Caroline

Lieve klanten van Dierenkliniek Ommen, Afscheid nemen is niet altijd fijn, voor mij is nu het moment aangebroken dat ik een andere baan heb gevonden

Lees meer...