Telefoon
0529-456000
Bewegingsapparaat
Kreupelheden zijn de belangrijkste groep aandoeningen bij paarden. Niet zo bijzonder als men bedenkt dat het paard in bijna alle gevallen met zijn benen de 'haver' moet verdienen. Een kreupelheid kan door veel verschillende problemen veroorzaakt worden, van een onschuldige hoefzweer tot een moeilijke peesblessure. Daarom is het goed om de oorzaak te achterhalen en gericht te kunnen (be)handelen.

De (paarden)dierenartsen van Dierenkliniek Ommen zijn er met hun kennis en expertise op voorbereid om deze kreupelheden te onderzoeken en tot een zo duidelijk en hard mogelijke diagnose te komen om daarna de beste behandeling voor de onderhavige kreupelheid te kiezen.
Het kreupelheidsonderzoek bij het paard omvat in grote lijnen de volgende facetten:

1. Lopen in rechte lijn en op de volte.
2. Zo nodig beoordeling onder het zadel.
3. Onderzoek van benen, rug en hals van het paard
4. Buigproeven, waarbij bewust bepaalde gewrichten en/of structuren belast worden.
5. Verdovingen van delen van het been en/of gewrichten ten einde de oorzaak van de kreupelheid te lokaliseren.
6. Wanneer de lokalisatie van het probleem duidelijk is, wordt dit gebied nader onderzocht door middel van bijvoorbeeld röntgen- of echo-onderzoek.
7. Als één en ander niet tot een tevredenstellende diagnose leidt kan er nog besloten worden tot nucleaire scintigrafie, MRI etc. welke in andere klinieken, waarmee dierenkliniek Ommen goede contacten onderhoudt, zullen worden uitgevoerd.

Hieronder worden enkele veel voorkomende oorzaken van kreupelheid besproken.



Nageltred
Nageltred is het binnendringen van een scherp voorwerp in de hoef, bijvoorbeeld een spijker. Als dat gebeurt, loopt het paard vaak direct kreupel. De eerste reactie is om het voorwerp te verwijderen, maar het beste is om eerst te overleggen met een van onze dierenartsen. Voor de dierenarts is het belangrijk om te weten waar de spijker de hoef is ingegaan, hoe diep en welke richting om in te schatten of er vitale onderdelen geraakt kunnen zijn.

Soms loopt het paard alweer veel beter als het voorwerp verwijderd is. Maar ook dan moet het paard verder onderzocht en eventueel behandeld worden. Er kan met het voorwerp vuil binnengedrongen zijn in de hoef dat in een later stadium een ontsteking kan veroorzaken.


Hoefzweer
Als het paard op een voorwerp gaat staan, bijvoorbeeld een steentje, dringt het voorwerp niet in de hoef, maar zorgt wel voor een kneuzing. Deze kneuzing kan gaan ontsteken en een hoefzweer worden. Ook vuil of een steentje in de witte lijn kan een ontsteking veroorzaken en zo een hoefzweer geven. Bij de ontsteking ontstaat vaak pus die druk geeft op de hoef, waardoor het paard heel pijnlijk loopt. De pus in de hoef zoekt een weg naar buiten, dat is vaak naar boven bij de kroonrand of naar beneden. Een van onze dierenartsen of een hoefsmid kan de zweer naar beneden openleggen, zodat de pus eruit kan. Vaak is de druk dan weg en is de ergste pijn weg. Soms is de plek van de zweer niet goed te lokaliseren en kan de zweer niet opengelegd worden. Het advies is om de hoef te weken in soda of biotex zodat de hoef zacht wordt en de zweer kan rijpen. Na een aantal dagen kan dan weer geprobeerd worden de zweer open te leggen of knapt het vanzelf open.


Rotstraal
Rotstraal is een bacteriële infectie in de straalgroeve van de hoef. Langdurig in een vieze, natte stal staan is een risico op rotstraal. De hoef wordt door het vocht zacht waardoor bacteriën eerder de hoef kunnen binnendringen. Bij rotstraal komt er grijs, stinkend vocht vrij, de straal neemt langzaam af en het hoorn van de hoef wordt zwart en zacht. De hoef is aan het wegrotten.

In eerste instantie is de hoef schoonmaken en een schone stal een belangrijk aspect in de behandeling. Verder kan uw hoefsmid of een van onze dierenartsen de aangetaste delen wegsnijden en indien nodig een verdere behandeling inzetten.


Hoefbevangenheid
Hoefbevangenheid is de ontsteking tussen de hoefwand en het hoefbeen. Deze ontsteking geeft ook druk in de hoef en is enorm pijnlijk voor het paard. Het paard zal daarom pijnlijk gaan lopen of helemaal niet meer willen lopen. In een poging om de hoeven te ontlasten, zal het paard om en om een been willen ontlasten. Bij langdurige (chronische) hoefbevangenheid bestaat de kans dat het hoefbeentje los komt van de hoefwand en gaat kantelen.

Oorzaken kunnen liggen in de voeding, overbelasting, stofwisselingsziekten of ziektes waarbij gifstoffen in het bloed komen of bloedvergiftiging veroorzaken.
Behandeling zal voornamelijk bestaan uit pijnbestrijding en verminderen van de druk in de hoeven. Dit kan met medicijnen en het daarbij ondersteund worden door het paard bijvoorbeeld op een zachte ondergrond te zetten. Hoe sneller hoefbevangenheid onderkend wordt, hoe groter de kans is dat het dier kan herstellen.
Heeft u een vermoeden van hoefbevangenheid, neem dan contact op met Dierenkliniek Ommen voor advies of een bezoek van een van onze dierenartsen.


Hoefkatrolontsteking (podotrochleose)
Hoefkatrol is een mechanisme in de hoef, waarbij de diepe buigpees over de achterkant van het straalbeentje loopt met een soort katrolwerking. Overmatige slijtage kan leiden tot een (chronische) ontsteking in dat gebied. Deze overmatige slijtage kan ontstaan door een plotselinge belasting van de buigpees, bijvoorbeeld door verstappen of door een (chronische) overbelasting, bijvoorbeeld door een verkeerde hoefstand of trainen met onvoldoende demping. Er schijnt ook een erfelijke factor in het spel te zijn.

Hoefkatrolontsteking komt bijna altijd aan de voorbenen voor. Vaak zijn beide benen aangetast en daardoor is kreupelheid soms moeilijk te zien. Soms is enkel een verminderde werklust te zien of protest wanneer er meer druk op de voorbenen komt. Soms wordt een terugkerende kreupelheid gezien en steeds vaker struikelen. De behandeling en prognose is afhankelijk van de ernst en mate van beschadiging.


Spat
Spat is artrose (slijtage) in het spronggewricht. Het spronggewricht bestaat uit meerdere kleine gewrichtjes. Spat lokaliseert zich in de onderste 2 gewrichtjes. De slijtage kan uiteindelijk zo erg worden dat ook het bot wordt aangetast. Mogelijke oorzaken van beschadiging in het spronggewricht zijn ouderdom, overbelasting, blessure en mogelijk speelt er ook een erfelijke factor mee.

De mate van kreupelheid is heel wisselend en ook afhankelijk van de ernst en de hoeveelheid schade. Meestal wordt er in een vroeg stadium stijfheid en startkreupelheid gezien. Later kan de kreupelheid verergeren en kunnen er zachte en/of harde zwellingen aan de buitenkant te zien zijn. Spat is niet te genezen, het slijtageproces kan wel door verschillende therapieën geremd worden.